De letters op de kaart hierboven kun je in het rijtje hieronder terug vinden. Druk op het + teken om te lezen wat we die dag gaan doen.
Lees het reisverslag om te zien hoe de dag uiteindelijk is verlopen.
Onze reis begint met een KLM vlucht (KL891) om 21:00 uur van Schiphol naar Chengdu in China.
Vandaag komen we na 10 uur vliegen om ca 12:00 uur in Chengdu aan. Chengdu is de hoofdstad van de provincie Sichuan gelegen in het zuidwesten van China en is één van de groenste steden in China. In de negen stadsdelen van Chengdu wonen meer dan 4,5 miljoen mensen. Chengdu staat bekend als hét startpunt voor een reis naar Tibet. Hier blijven we een dag en doen we het rustig aan vanwege de eventuele jetlag.
Om 13:00 uur vliegen we verder met een binnenlandse vlucht (CA4112) van de Chinese maatschappij CAAC naar Lhasa. De CAAC werd vroeger wel gekscherend “Chinese Airways Always Cancel” genoemd omdat er zo vaak vluchten uitvielen. Deze maatschappij mocht vroeger als enige maatschappij in Lhasa landen. De Chinese luchtvaart autoriteiten eisten destijds dat maatschappijen alleen met vliegtuigen met minimaal 3 motoren of meer in Lhasa mochten landen vanwege de grote hoogte. Het Yak Hotel is onze bestemming.
In Lhasa blijven we een paar dagen om te acclimatiseren.
Vanuit Lhasa maken we een dagtocht naar het kloosterdorp Drepung en het Sera klooster.
Drepung bestaat uit witte gebouwen die als blokken tegen de berghelling opgestapeld lijken te zijn. Het klooster werd in de vijftiende eeuw gesticht, en was ooit het grootste en rijkste ter wereld. Ook politiek heeft Drepung lange tijd een zwaar stempel op Tibet gedrukt. Er werd geen belangrijke beslissing genomen zonder het hier residerende ‘staatsorakel’ te raadplegen.
Even ten noorden van Lhasa ligt Sera. Weliswaar niet zo groot als Drepung, maar het was vroeger toch invloedrijk. ’s Middags hebben we kans een ‘debat’ mee te maken en kunnen we zien hoe de jongere monniken zich bekwamen in de kunst van het voeren van theologische twistgesprekken met als doel de geest te scherpen en het inzicht te vergroten in de boeddhistische leer.
Ook de omgeving van de kloosters is zeer de moeite waard. Zo gauw we uit de bebouwde kom zijn, lopen we de wereld van de herders en de bergmonniken binnen. In de omliggende heuvels vinden nog steeds af en toe ‘hemelse begrafenissen’ plaats. Dit typisch Tibetaanse ritueel, waarbij overledenen aan de gieren worden toevertrouwd om opgegeten te worden, komt westerlingen nogal macaber voor. Voor Tibetanen is het echter volkomen vanzelfsprekend om het lichaam terug te geven aan de natuur. Hiermee wordt de samsara (de boeddhistische cyclus van leven en dood) van het huidige leven afgerond. Praktische omstandigheden spelen ook mee: de grond is te hard om een graf te graven, en hout (voor crematie) is kostbaar omdat Tibet voor een groot deel boven de boomgrens ligt.
Op deze dag staat een tocht naar het Potala Paleis op het programma.
Het mysterieuze Potala paleis rijst hoog op boven de stad. Tot in de jaren vijftig was het de winterresidentie van de Dalai Lama’s. Het enorme gebouw bestaat feitelijk uit twee paleizen, een wit met daar bovenop een rood, en bezit naar verluidt over meer dan duizend vertrekken. Het witte paleis werd voor seculiere zaken gebruikt, en in het rode paleis werden de religieuze aangelegenheden verzorgd.
Naast talloze tempels bevat het rode paleis ook de gouden tombes van de eerdere Dalai Lama’s. In het middelste, gele gebouw zijn de met heilige symbolen geborduurde rolschilderingen (thanka’s) opgeborgen, die tijdens de nieuwjaarsfeesten over de hele zuidkant van het paleis werden uitgehangen.
Ook bezoeken we vandaag de indrukwekkende Jokhang-tempel zelf die uit de zesde eeuw stamt (de straten er omheen hebben we eerder bezocht). Op de uitgesleten stenen voor de ingang zijn hier dag en nacht mensen in gebed verzonken, van jonge Tibetanen in westerse kleding tot stokoude vrouwtjes met gebedsmolens. Vanaf het dak zullen we een groots uitzicht hebben over het oude centrum, het Potala paleis, het moderne Chinese Lhasa, en het prachtige berglandschap dat de stad omringt. In het donkere binnenste van de tempel trekt een constante stroom van prevelende pelgrims en monniken langs de duizenden boterkaarsjes, de piepende houten gebedswielen, de gouden Boeddhabeelden… het lijkt of de tijd hier honderden jaren geleden is stilgezet.
Vandaag doen we een dagje kalm aan. Wat winkelen en rondkijken.
Vandaag gaan we in hoger sferen. Niet alleen vanwege Henk’s verjaardag, maar ook omdat we het schitterend gesitueerde klooster van Ganden gaan bezoeken dat op 4500 meter hoogte ligt. Met de pelgrimsbus rijden we in een uur naar dit complex van tempels, werkplaatsen en de verblijven van de monniken. Door het klooster dwalend, kunnen we zien wat de bewoners zoal aan het doen zijn. Normaal gesproken maken ze er geen probleem van als je onopvallend een ceremonie wilt bijwonen. Eens in de paar dagen wordt er ook hier ‘gedebatteerd’. Men verzamelt zich in de kloostertuin, waar er, onder het maken van kung fu-achtige bewegingen (en luid geschreeuw), verhitte theologische twistgesprekken gevoerd worden.
Het werkelijke hoogtepunt van Ganden zal de verbijsterend mooie ‘kora’ zijn. Zoals elk Tibetaans heiligdom, heeft ook Ganden een rondgang om het complex die je te voet aflegt. Tussen de vrolijke pelgrims en grazende yaks hoor je – hoog boven de vallei om het klooster heen – met de klok mee te wandelen. Gieren zweven hier op de thermiek voorbij. Het uitzicht zal adembenemend zijn, en het zal uiteraard geen kwaad kunnen als we zelf ook de gebedswielen langs de route een zwiep geven.
Vandaag nemen we afscheid van Lhasa en gaan 160 km verder naar Samye via Yumbulagang. Een gedeelte leggen we af per 4WD en een ander gedeelte per boot. In Samye bezoeken we het klooster van Samye. Dit klooster is alleen te bereiken door met houten veerbootjes de Brahmaputra (die hier nog Yarlung heet) over te steken. We kunnen Samye al van ver zien liggen, de gouden torens van de Ütse (tempel) steken boven de bomen uit.
Na Samye, dat relatief laag gelegen is, zullen we niet veel bomen meer zien, verreweg het grootste deel van Tibet ligt boven de boomgrens. Samye is het eerste, en dus oudste Boeddhistische klooster van Tibet. Het ligt aan de oevers van de rivier in een vruchtbaar dal.
Bezoek aan de Samye Gompa en de heuvel Hepo Ri. We zijn ondertussen al enkele dagen op hoogte, en we kunnen ons wagen aan de beklimming van de heuvel Hepo Ri. Eeuwen geleden heeft de legendarische lama Guru Rinpoche hier alle duivels en demonen van het land verzameld én verslagen, een tour de force waarmee hij het Boeddhisme vaste voet wist te geven in Tibet. Men gelooft dat de enorme keien de overwonnen duivels in zich gevangen houden. Vanaf Hepo Ri zullen we prachtig zicht hebben op het klooster, dat ontworpen is naar de ronde mandala-vorm.
Vertek uit Samye. Via de Yamdrok Tso meren gaan we naar Nagarzê 160 Km verderop. We rijden langs Yamdrok Tso, het turkooise meer in de vorm van een schorpioen, en steken daarbij bergpassen over van 5000m hoogte, geflankeerd door enorme gletsjers. Vruchtbare vlaktes met gerst en koolzaad worden afgewisseld door ruig gebied waar geiten grazen.
Het stadje Nagarzê ligt op 4450 meter hoogte. Hier hebben we het Yahnu Hotel geboekt.
We reizen ruim 100 Km verder naar Gyantse (het Jianzang Hotel) om daar het Pelkor Chode klooster te gaan bezoeken.. Gyanze is een sfeervol, nog weinig verchineest kasteelstadje, dat ooit zelfs belegerd is geweest door het Britse leger. Dit leger raakte tot overmaat van ramp bij het eerste het beste schot meteen de complete buskruitvoorraad van de Dzong (fort). Daar komt trouwens niet de naam van de tempel Koemboem vandaan, want die betekent letterlijk ‘honderdduizend Boeddha’s’. De Koemboem van Gyanze wordt beschouwd als het hoogtepunt van de Tibetaanse architectuur.
We gaan vandaag van Gyantse via het dorpje Shalu naar Shigatse (of Xigaze). Een rit van ca 95 km brengt ons naar Shigatse waar het invloedrijke klooster Tashilunpo staat. Het klooster Tashilunpo werd gesticht door Genden Drub, de man die achteraf gezien de eerste Dalai Lama zou worden. Het is tegenwoordig de residentie van de Panchen Lama, na de Dalai Lama de ‘tweede man’ van Tibet. Of zou dat althans moeten zijn. De Chinese overheid heeft de gewezen Panchen Lama elders ondergebracht, en er een Chinees exemplaar voor in de plaats gezet. Een veelzeggend feit, vanwege zijn beslissende rol in de aanwijzing van de incarnatie van de volgende Dalai Lama. De monniken van Tashilunpo vormen dan ook een enigszins gespannen gemeenschap.
Wie door Tibet reist, moet altijd een beetje waken voor ‘kloostermoeheid’. Tashilunpo is echter geen klooster dat je zou willen missen. Het topstuk hier is de bijna dertig meter hoge Maitreya-Boeddha, bekleed met driehonderd kilo goud. Merk ook op dat naast de gewone trappen die naar de verschillende gebedsruimtes leiden, afgebakende trappen zijn waar niemand op mag. Deze trappen zijn uitsluitend voor gebruik door de Dalai Lama.
In Shigatse slapen we in het Manosarovar Hotel.
Vandaag rijden we 150Km verder naar Sakya. Op de hoge passen zullen we de “chörtens” aantreffen: hopen gestapelde stenen versierd met gebedsvlaggen die de Tibetanen luid schreeuwend passeren. Sakya was ooit de hoofdstad van een enorm rijk, dat zowel China als Mongolië omspande. Het enorme, op een vesting lijkende klooster, is een stille getuige van de vervlogen hoogtijdagen. Sakya is tegenwoordig een stoffig, maar prachtig gelegen tussenstadje.
Na Sakya rijden we nog hoger naar Rongbuk dat 140 Km verder ligt. Dit is een forse rit over vaak slecht terrein die leidt naar het hoogste klooster ter wereld. De klim begint meteen al goed. We klimmen hier in minder dan twintig kilometer duizend meter hoger naar de Gyatso pas. Als het weer meezit, kunnen we al van honderd kilometer afstand de Himalayatoppen zien die als enorme tanden boven het (toch al 4000m hoge) landschap pieken. Later, op de Pang La pas, ontvouwt zich een adembenemend panorama dat zich over de hele horizon van oost naar west uitstrekt: het hart van de Himalaya, het dak van de wereld, met Qomolangma (Everest) die onmiskenbaar hoog boven alles uitsteekt. Dat terwijl haar buren toch niet de minste zijn, met de achtduizenders Makalu, Lhotse en Cho Oyu in ons blikveld.
In Rongbuk overnachten we in het hoogste klooster ter wereld het zeer primitieve Everest Guest house dat onderaan de hoogste berg ter wereld ligt. Boven het dal verheft zich de immense Everest-noordwand. Meestal vroeg in de ochtend toont de berg zich in haar volle glorie van bijna negen kilometer verticaal. ’s-Nachts is de sterrenhemel hier in het hooggebergte helderder dan waar ook ter wereld, en in het maanlicht is de ‘Moedergodin van de Sneeuw’ misschien soms mooier dan overdag.
Het reisbureau heeft deze locatie toch nog met één * gemarkeerd. Maar wel met de waarschuwing: “Zeer eenvoudige Accomodatie”. We zijn benieuwd wat dit wordt: een plank met een yak-deken als bed? Met een werkelijk fantastisch uitzicht op de bergen door een raam waar geen glas meer in zit? En een emmer koud water als douche?
Als we er zijn, laten we het jullie weten.
Vanuit Rongbuk gaan we naar de grensplaats Zhan-mu-tse 280Km verderop.
Maar eerst bezoeken we het Mt Everest basiskamp waar de vele Mt Everest expedities beginnen. Het moet ’s ochtends een schitterend gezicht zijn als de zon opkomt en we onder de kilometers hoog oprijzende noordwand staan. Letterlijk adembenemend. Als we er aan denken zullen we ook een ansichtkaart sturen vanuit de China Post kiosk; het hoogste postkantoor op aarde!
De rit naar Zhangmu wordt misschien wel de mooiste van de hele reis; ruig, sensationeel en met weergaloze vergezichten, door roestbruin maanlandschap en valleien met koolzaad en gerst. Een heel stel Himalayareuzen verschijnt nog aan de horizon. Op de hoge bergpassen stoppen de chauffeurs om schreeuwend handenvol ‘windpaarden’ (gebedsbriefjes) in de wind te gooien.
Zhangmu ligt tegen een berghelling gebouwd. Hier overnachten we ook om morgen fit te zijn voor een flink stuk wandelen van Tibet naar Nepal.
De reis naar Nepal is begonnen, twee verticale kilometers omlaag, het diepe binnenste van de Himalaya’s in. De weg gaat steil naar beneden en het landschap veranderd hier van een kale hoogvlakte naar weelderig groene, diepe bergdalen en steile rotswanden. Hier gaan we afscheid nemen van de chauffeur en gids en wisselen we onze de Chinese yuans voor Nepalese roepies. De grens kan alleen te voet over de “Friendship Bridge” gepasseerd worden en daarna zijn we meteen in een compleet andere wereld.
Als alles goed gaat, staat er aan de andere kant van de brug iemand op ons te wachten om ons naar de volgende overnachtingplaats in Nepal te brengen: “The Last Resort”.
Langs de woeste Bhote Kosi rivier rijden we dieper het dal in, alsmaar omlaag, onder watervallen door en in een steeds groener landschap. Het is, rijdend door dit tropische gebied, moeilijk voor te stellen dat we gisteren nog over kale vlaktes tussen ijzige bergtoppen reden.
In ‘The last Resort’ slapen we in tenten en deze luze camping ligt aan de overzijde van een diep ravijn. We moeten te voet een touwbrug over om er te komen.
Op deze camping blijven we 2 nachten.
Vandaag vertrekken we naar Kathmandu
Kathmandu is de hoofdstad van het Himalaya-koninkrijk Nepal. Hier kunnen we direct kennis maken met de chaotische sfeer waarin het leven op het Indiase subcontinent zich afspeelt: heilige koeien op straat, toeterende autootjes, krijsende apen, de geur van curries en dal bhat, en de alomtegenwoordige sadhus (heilige mannen), tuktuks en riksja’s. De wijk Thamel is één grote verzameling van werkplaatsen, winkeltjes, hotels, cafeetjes, koffiehuizen, restaurants, markten en tempels. Dé plek dus om souvenirs in te slaan. Maar hier kunnen we ook lekker eten, van eersteklas Nepalees tot juist heel westers en alles daar tussenin.
Hier blijven we een week.
Als we genoeg hebben van de drukte van Thamel, kunnen we per fiets of taxi en naar Patan of Bhaktapur buiten Kathmandu. Het centrale plein van Patan bevat een onwaarschijnlijke concentratie tempels, kloosters en andersoortige heiligdommen. In het sfeervolle, autovrije Bhaktapur is het heerlijk dwalen door de oude stad.
In Kathmandu ademt het gebied rond Durbar Square een heel eigen atmosfeer. Hier pauzeren we met een kop thee op de trappen van één van de tempels, om de constante stroom kleurrijke mensen aan ons voorbij te laten trekken. Swayambhunath, een complex van Boeddhistische heiligdommen op een heuvel buiten het centrum, wordt niet voor niets de Apentempel genoemd. De apen hebben de status van heilige dieren, wat een behoorlijk verwende en vrij knorrige populatie heeft opgeleverd. De verleiding is groot ze te aaien of te voeren, maar het is verstandiger ze met rust te laten.
De stoepa van Bodnath is het richtpunt van de Tibetaanse gemeenschap in Nepal. De veelal vluchtelingen wonen het liefst in deze buurt, wat duidelijk terug te zien is in de architectuur en de aanwezigheid van vele Tibetaanse tempels. Opmerkelijk is hoe hindoeïsme en boeddhisme in Nepal hand in hand gaan.
Vandaag vertrekken uit Nepal en vliegen we naar New Delhi in India met vlucht 9W261. ‘s-nachts vertrekken we uit New Delphi naar Schiphol.Later op de dag vliegen we verder naar Amsterdam en verwachten om 5:50 op Schiphol aan te komen.
Om ca 1 uur ‘snachts (India-tijd) vertekken we naar Schiphol en verwachten om 5:50 (NL-tijd)op Schiphol aan te komen.
Thuis: uitslapen, bijkomen, foto’s en video’s opslaan.
Het mooiste van elke vakantie is tenslotte het thuiskomen.